Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home Blog Blog Wereldverslechteraars (1)

Saturday24 February 2018

Tuesday, 29 December 2015 20:36

Wereldverslechteraars (1)

Written by 

Kent u de (officieuze) “Internationale” van de wereldverbeteraars? Het is een internationaal gezelschap bestaande uit linkse beroepsactivisten en -politici, aangevuld met beroemdheden uit de showbizz en gefinancierd door steenrijke filantropen (“weldoeners”). Zij bepalen de toon van het publieke debat over thema’s als ontwikkelingshulp en klimaat en bepalen ook de krijtlijnen ervan. Het is een bont gezelschap dat schijnbaar uit één mond spreekt, schijnbaar aan één zeel trekt, maar waarachter – omdat het een bont gezelschap is – ook verschillende tegenstrijdige belangen en doelen schuilgaan.

Goede doelen

Als we de “wereldverbeteraars” verengen tot linkse beroepsactivisten en –politici, dan kunnen we stellen dat ze in grote lijnen worden gedreven door humanitaire motieven enerzijds en ecologische motieven anderzijds. Beide soorten motieven worden gewoonlijk onder de gemeenschappelijke noemer “goede doelen” geplaatst. In het artikel dat nu volgt, zullen we proberen aan te tonen dat het zwaartepunt van de zogenaamde “goede doelen” niet alleen ligt bij de humanitaire doelen, maar dat die laatste zelfs haaks staan op de ecologische doelen. Enigszins kort door de bocht kan worden gesteld dat het nastreven van die humanitaire doelen tot gevolg heeft dat de wereldbevolking toeneemt, wat de natuurlijke hulpbronnen – en dus de draagkracht van de aarde – op zijn beurt weer op de proef stelt.

 Belangen

Voor de volledigheid dienen we nog te vermelden dat achter het bonte gezelschap heel wat economische (industriële) belangen schuilgaan. Het discours van de wereldverbeteraars is ondertussen immers ook dat van de marketing en de public relations geworden. De oude tegenstelling tussen groene beweging enerzijds en industrie anderzijds is stilaan vervaagd: de industrie is “groen” gaan denken, zoals de groenen “industrieel” zijn gaan denken. In de jaren ‘80 was er daarentegen nog sprake van een diepe kloof tussen beginselvaste, eerder conservatieve ecologisten (“fundamentalisten”) en compromisbereide progressieve ecologisten (“realisten”). Het pleit werd uiteindelijk beslecht in het voordeel van die laatsten, met als gevolg dat de ecologische agenda werd ingeruild voor een humanitaire én een industriële agenda. Van het aanvankelijke neo-luddisme (afkeer van elke technologische vooruitgang) is hoegenaamd geen sprake meer. Humanitaire en industriële agenda’s gaan sindsdien hand in hand (vgl. Vera Dua: “Zulke allianties zou ik twintig jaar geleden niet zijn aangegaan, maar nu besef ik dat we alle spelers moeten verzamelen om de politiek mee te kunnen krijgen”, Knack, 11 december 2015).

Intenties en consequenties

Als wereldverbeteraars tegenstrijdige doelen nastreven, geschiedt dat met een zodanige vanzelfsprekendheid dat de logische consequenties ervan niet meer in twijfel worden getrokken. Dat komt onder meer omdat de wereldverbeteraars geen ethiek van de consequenties huldigen, maar een ethiek van de intenties. Wie dus aan de “goedheid” van een goed doel durft te twijfelen, kan niet anders dan een “slecht” mens zijn. Alleen kan men niet goed doen voor alles en iedereen; door het goede na te streven kan men soms meer kwaad aanrichten dan men denkt. Een ethiek van de intenties is vooral “goed” voor verwezenlijkingen op korte termijn en op microniveau, een ethiek van de consequenties daarentegen voor verwezenlijkingen op lange termijn en op macroniveau. Die eerste kan daarom ook een individualistische ethiek worden genoemd, die tweede een holistische. Zo een individualistische ethiek past perfect bij de huidige tijdsgeest en is dus uiterst geschikt om de dingen ... op hun beloop te laten.

Ontwikkelingshulp

Neem nu het voorbeeld van ontwikkelingshulp. Ontwikkelingshulp van westerse landen komt steeds neer op de introductie van “exogene” (= westerse) denk- en levenswijzen in landen en samenlevingen die moeten worden “ontwikkeld” (ten tijde van het kolonialisme heette dat “beschaafd”). Welk concreet korte-termijndoel er ook mee bereikt moet worden (bijv. verlaging van de kindersterfte), er zijn altijd ongewenste neveneffecten op lange termijn (bijv. bevolkingsgroei). Die ongewenste neveneffecten kunnen van demografische aard zijn (bijv. geboorteoverschot), maar bijvoorbeeld ook van economische (bijv. onderwijs dat niet afgestemd is op de arbeidsmarkt, met als gevolg: hersenvlucht). Men kan ontwikkelingshulp dus fundamenteel bekritiseren omdat ze niet afgestemd is op de plaatselijke noden van het land waar ze wordt geïntroduceerd, maar ook omdat ze niet in overeenstemming is (en moeilijk kan zijn) met de plaatselijke denk- en levenswijzen. Ze is per definitie niet aangepast, aangezien ze exogeen van aard is (d.w.z. van buitenaf komt) en individualistisch van opzet.

Honger

Neem het voorbeeld van medische zorgen en de toegang ertoe. (Dat laatste hangt ook samen met de betaalbaarheid ervan en is dus een institutionele of politieke kwestie.) Als een verbetering op dat vlak ertoe leidt dat de kostwinners in een gezin langer in blijven, dan is het op korte en misschien middellange termijn een goede zaak. Als die verbetering er echter toe leidt dat er meer monden moeten worden gevoed, dan ontstaat er een nieuw probleem. De economische infrastructuur en de levenswijze van een land moeten zich kunnen aanpassen. Zo niet, dan leidt het tot verarming of zelfs hongersnood. Om aan een dergelijk lot te ontsnappen is plattelandsvlucht dikwijls de eerste (binnenlandse) migratiebeweging die ontstaat. Uiteraard spelen multinationals uit de agro-industrie daar graag op in door boeren in ontwikkelingslanden bijvoorbeeld meer en “betere” oogsten voor te spiegelen. Zo worden dan “exogene” industriële productiemethoden geïntroduceerd die op hun beurt tot onaangepaste, grootschalige productiewijzen leiden. Daarvoor moeten vervolgens andere, buitenlandse afzetmarkten worden gezocht. Het eindresultaat is dat de boeren verknecht worden door buitenlandse multinationals en moeten produceren voor de export (en de Europese landbouw de nek omwringen).

Plattelandsvlucht

Als de boer uit het voorbeeld er echter voor “kiest” met zijn gezin naar de sloppenwijken van de stad te trekken, dan is de vraag opnieuw of de economische infrastructuur daar aangepast is aan zijn komst. Is dat het geval, dan is de kans groot dat hij in een fabriek van (alweer) een multinationale onderneming wordt tewerkgesteld. Daar zal hij voornamelijk produceren voor de export en dus voor buitenlandse consumptie, aangezien hij en zijn collega’s doorgaans te weinig verdienen om de binnenlandse consumptie in stand te houden. Binnenlandse producenten worden trouwens be- en zelfs weggeconcurreerd. De productiewijze van het buitenlandse bedrijf is opnieuw niet aangepast aan de levenswijze, omdat het als een “vreemd lichaam” de plaatselijke, historisch en organisch gegroeide maatschappelijke verhoudingen verstoort. Het spreekt voor zich dat zulks het “leefmilieu” in de breedste zin van het woord aantast. Sociaal én ecologisch. Traditionele productiemethoden zijn immers dikwijls milieuvriendelijker dan industriële. Ze zijn ook kleinschaliger – dus beter aangepast én bij te sturen – en brengen minder verspilling met zich mee. Tot zover de “positieve” uitkomst van de plattelandsvlucht. Vindt de boer geen werk in de stad, dan is hij veroordeeld tot de bedelstaf en zal hij misschien een tweede migratiebeweging overwegen, dit keer naar het buitenland.

Heterotelie

Het geïnstitutionaliseerde derdewereldactivisme lijkt dus een goed voorbeeld van “heterotelie”, d.w.z. een resultaat dat het tegengestelde is van wat men had beoogd. Een pervers effect dus. De activisten zijn zich daar in hun bijna ziekelijke missioneringsdrang doorgaans niet van bewust. Ze gaan uit van een ethiek van de intenties en niet van de consequenties. Daarom vinden ze elke individuele daad van “barmhartigheid” een must voor de mensheid. Wat ze eigenlijk doen, is niet zozeer de mensheid liefhebben (zoals die is), maar ze naar hun eigen evenbeeld proberen om te vormen. Ze staan een nieuwsoortig planetair collectivisme voor dat als surrogaat dient voor het marxisme, het christendom of een slecht geweten tout court. Ze spreken zogezegd de taal van de “verdraagzaamheid” en de “liefde”, maar infecteren – onderhuids – samenlevingen met (sociale) strijd door alle sociale verhoudingen te problematiseren en de traditionele fundamenten van beschaving en gezag te ondermijnen (waarop die verhoudingen rusten): jongeren tegen ouderen, kinderen tegen ouders, vrouwen tegen mannen, homo’s tegen hetero’s, allochtonen tegen autochtonen enz. Men kan er zelfs een surrogaat in zien voor een sociale strijd die er wél toe doe: arbeid versus kapitaal.

Binnen de brede waaier aan “linkse” organisaties moet vandaag een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds sociaal-links (oud-links, as arbeid/kapitaal) en anderzijds humanitair-links (nieuw-links, links-liberalisme). Sociaal-links huldigt een ethiek van de consequenties (bijv. de komst van immigranten leidt tot neerwaartse druk op de loonvorming), humanitair-links een ethiek van de intenties (bijv. “solidariteit” met immigranten is een morele plicht). De doelen van humanitair-links en die van sociaal-links staan haaks op elkaar, zoals de korte termijn haaks staat op de lange termijn, het individu haaks staat op de mens als sociaal wezen, eigenbelang haaks staat op algemeen belang. Natuurlijk zullen “linkse” organisaties ontkennen dat er sprake is van een innerlijke tegenstrijdigheid tussen hun humanitaire en hun sociale agenda’s, hoewel heel wat nuchtere waarnemers (bijv. Christopher Lasch, Jean-Claude Michéa, Slavoj Zizek) dat allang doorhebben. Met doortrapte thema’s als “diversiteit” en “mensenrechten” heeft de hersenloze en “ontmande” linkerzijde zelf het Trojaanse Paard van de nieuwe ongelijkheid binnengehaald (om zichzelf vervolgens als symptoombestrijders ervan op te werpen).

Hybridisering

Zoals uit onze voorbeelden over ontwikkelingshulp al is gebleken, is het “kapitaal” minstens even subversief als de nieuwe missionarissen van “links”. Bovendien spreekt ook het kapitaal ondertussen de taal van het “goede doel” (bijv. honger uit de wereld helpen, zie Monsanto). Veel progressieven – liberalen, maar ook marxisten – vinden het kapitalisme dan ook de meest revolutionaire (beter: subversieve) kracht uit de menselijke geschiedenis. Ook de materiële en technologische vooruitgang van de (westerse) mens ging echter opnieuw gepaard met een aantal perverse neveneffecten, zoals een overeenkomstige geestelijke achteruitgang (gebrek aan zingeving, “intellectueel individualisme” en nihilisme) en “lichamelijke” achteruitgang (niet in termen van levensverwachting, wel bijvoorbeeld in termen van kracht, zintuiglijke waarneming, natuurlijke weerstand en welvaartsziekten). Als ontwikkelingshulp een complex samenspel van factoren is, dan kunnen we het evenzeer een complex of subtiel samenspel noemen van “links” en “rechts”, van grote bedrijven die op industriële en internationale schaal willen produceren en van linkse activisten die de mensheid willen “hybridiseren” op alle mogelijke vlakken. Beide vinden elkaar in de monsterachtige utopie van de “hybride” nieuwe mens (een mens zonder welomschreven raciale, sociale, seksuele, historische of biologische identiteit), die tevens die van de industriële mens is. De ontwortelde, ontaarde en inwisselbare mens. L’homme machine.

Multiculturalisme

We zeiden reeds dat na de (binnenlandse) plattelandsvlucht, meestal de migratie naar het buitenland op gang komt. Uiteraard is dat voor de “wereldverbeteraars” geen bezwaar. Ze zullen daar weliswaar enig misbaar over maken en een “eerlijke wereldhandel” als alternatief (voor onder meer migratie) aanprijzen, maar in feite staan zij al klaar om de migranten op te vangen. Ze doen er op het binnenlandse front – hier in het Westen – dan ook alles aan om de migratie uit de Derde Wereld te faciliteren en het multiculturalisme te promoten. Ja, er is wel degelijk sprake van een “front”, want er is sprake van een oorlog tegen het Avondland en het blanke ras. Een oorlog die weliswaar niet met militaire middelen wordt uitgevochten, maar een die wel op termijn met (para)militaire middelen kan worden uitgevochten. De vijand is daarbij niet zozeer het “gele”, het “bruine” of het “zwarte” gevaar als wel de binnenlandse verraders, de mollen en de ratten die vroeger het vuile werk opknapten in naam van het communisme, en dat nu doen in naam van een nieuw planetair collectivisme (of andersglobalisme), het streven naar wereldmacht van internationale financiers en neomarxisten.

De innerlijke tegenstrijdigheden waar wereldverbeteraars mee te kampen hebben, zijn natuurlijk voor een stuk het gevolg van menselijke tekortkomingen. Sommigen van hen zijn nu eenmaal goedgelovig of gewoonweg dom, de meesten denken echter oppervlakkig na. En zelfs de slimste plannenmakers zullen uiteindelijk bezwijken voor de list der rede. Bij de rijke progressieven, de beroemdheden en sommige financiers, is het natuurlijk vooral een kwestie van hypocrisie, want zij zijn het gewoon om op grote voet te leven en niet van plan dat leventje op te geven. Een dergelijke levensstijl laat echter ook een grote ecologische voetafdruk na. “Wereldburgers” hebben immers dikwijls heel wat vlieguren op de teller staan (allemaal voor het “goede” doel?). Er is zoals gezegd echter nog een groter plaatje, een waarvoor naïef idealisme of hypocrisie niet ter verontschuldiging kan worden ingeroepen. De wereldverbeteraars zijn weliswaar praatjesmakers, maar ze hebben ook boter op hun hoofd. Ze zijn immers de nuttige idioten van een internationaal financierskapitaal dat na de Tweede Wereldoorlog vorm heeft gekregen (vandaar de Amerikaanse hegemonie), en alleen door lokale en nationale tegenkrachten kan worden bekampt.

Klimaatflop

Begin december is het rondreizende circus van de wereldverbeteraars neergestreken in Parijs voor een internationale klimaattop. De inzet van de top was een bindend klimaatakkoord om de opwarming van de aarde deze eeuw tot 2° Celsius te beperken. Uit onze analyse valt natuurlijk al af te leiden dat er niet veel heil moet worden verwacht van een akkoord gesloten tussen enerzijds de politieke verantwoordelijken van een probleem en anderzijds de niet-gouvernementele symptoombestrijders ervan. Daarvoor zijn er te veel tegenstrijdige waarden en belangen in het spel, zowel wat landen als industrieën onderling betreft. Allemaal azen ze achter de schermen van de groene maskerade op elkaars aandeel volgens een logica van “de een zijn dood is de ander zijn brood”. En, last but not least, is industrialisering toch een ontwikkelingsdoel?

Nog enkele voorbeelden die onze scepsis rechtvaardigen: de fameuze Duitse “Energiewende”, die is vooral een overschakeling op bruinkool gebleken (Energiewende werd zo Energiewende-Paradox). “Atomkraft? Nein, danke!” speelt wel vaker de fossiele brandstoffen in de kaart ... Een ander voorbeeld: de emissiehandel van de VN en de EU, die bleek vooral ... een nieuwe inkomstenbron voor zakenbanken (de brokers ervan) en zware industrie (de kopers en/of ontvangers ervan). Die eersten streken veel commissielonen op met de koop en verkoop van uitstootrechten, die laatsten kregen ze cadeau als feitelijke staatssubsidies. De zeepbel barstte evenwel uiteen ... door het overaanbod. Een laatste voorbeeld: met desinvesteringscampagnes worden banken en beleggingsfondsen (bijv. Rockefeller Brothers Fund) steeds meer aangemoedigd om zich terug te trekken uit fossiele brandstoffen en in “groene” alternatieven te (her)investeren. De Rockefellers zijn evenwel ... de grootste oliemagnaten uit de Amerikaanse geschiedenis.

[wordt vervolgd]

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter