Solidarisme.be

twitter 64x64rss 64x64facebook 64x64

Home Blog Artikels

Monday23 July 2018

Friday, 05 June 2015 19:33

Wie de waarheid durft te zeggen: deel 2

Written by

:  

 

 

De ‘vrijheid van mening’ beleeft vandaag, in het Euroconglomeraat van de nepdemocratie zijn hoogdagen. Na het ontslag van een leraar in Brussel enkele dagen geleden werd de Bretoense blogger Boris Le Lay door de Franse liberale en linkse zotten tot zes maand effectieve opsluiting veroordeelt. De ‘misdadige ‘ uitlatingen van de gebroodroofde Brusselse leraar ( dat er in islamitische landen verdacht veel ongeletterden rondlopen)naast de uitlating van blogger Le Lay ( dat hij nog nooit zwarte  of negroïde Kelten had gezien) hebben de politiek en moreel correcte elite ,met in hun zog de linkse spektakeldemocraten- het schuim op de lippen bezorgd. Vrijheid van mening is niet absoluut zeggen ze dan, maar daarmee bedoelen ze alleen maar dat de vrijheid van mening- van dissidenten -niet absoluut zijn, de geschifte meningen van links en van neoliberalen zijn dat uiteraard wel. Waar zouden we naartoe gaan, wanneer ‘democraten’ in hun recht op vrije mening zouden worden beknot? Naar fascisme toch. Ontoelaatbaar volgens de democraten. Maar voor nationalisten maken ze graag een uitzondering. Opsluiten en broodroven is dan niet repressief of totalitair, neen dan is het een teken dat de democratie combattief, waakzaam en levendig is. Schizofreen zijn ,dat is morele noodzaak voor links en rechtsliberalen.

En dat er niet veel voor nodig is, om de elite en de bourgeoisie te laten schuimbekken ( en hun corrupt justitieapparaat een heksenjacht te laten ontketenentegen vrijheidslievende burgers) dat kunnen wij bevestigen. Het oplijsten, tijdens een meeting,van krantenberichten -die handelden over criminele gangsterpraktijken van ‘jongeren’ van vreemde afkomst, kostte onze spreker zijn burgerrechten. En eigenlijk zijn alle burgers in dit land een deel van hun burgerrechten kwijt, dit door het feit dat ze niet mogen zeggen wat ze willen , maar wie maalt daarom? Dat men afkomt met de smoes” dat geen enkele vrijheid absoluut is” dat is een lachertje,een lachertje waar men altijd komt mee aandraven. Is het verwerven van rijkdom dan niet absoluut? Ik dacht het wel. Zijn homorechten niet absoluut, ik dacht het wel. Is het recht op leven dan niet absoluut, ik dacht het wel, want wanneer iemand de doodstraf voor terroristen bepleit ( zoals N-SA dat doet) dan worden alle ‘progressieven ‘plots mottig. Geen beperking op fundamentele rechten luidt het dan. Dus stop met zagen over het niet absoluut zijn van het recht op vrije mening gasten, het is te doorzichtig.

Toen onze woordvoerder veroordeeld werd bleef het Vlaams Belang stil, zo stil als een muis, zelf niet een klein piepje was te horen ,bange muizen. Maar morgen houden ze een colloquium over identiteit en politieke correctheid. En wie vragen ze, om dat thema toe te lichten, Jean-Marie Dedecker begot, de brulboei tegen betaling. De nieuwe partijleiding van het VB verkondigde op haar blog “dat de partij al altijd een ‘voorhoedebeweging is geweest” Van Grieken moet teveel van onze blog hebben gespiekt, om daar op uit te komen, zonder evenwel goed te begrijpen wat met ‘voorhoede’ wordt bedoelt.

Voorhoede, dat wil zeggen -voorop staan in de strijd, niet afkomen met vijgen na Pasen zoals nu met Dedecker gebeurt. De partij heeft altijd alleen maar de vrijheid van mening als een abstract iets verdedigd, als er burgers werden -of worden vervolg, dan zwijgt de partij ,nooit heeft ze dergelijke mensen verdedigd, zelfs niet als het om hun eigen mandatarissen ging, zoals indertijd met Frans Wymeersch het geval was. Ze boycotten zelfs een protestbijeenkomst die door het N-SA ten voordele van Wymeersch was georganiseerd ( tussen haakjes, ik heb Dedecker nog nooit een protestbijeenkomst  weten organiseren ten voordele van de partij ,of voor een VB militant).Dank u VB , graag gedaan, nooit dank verwacht van partijcreaturen.Een mooie voorhoedebeweging lijkt me dat,eentje die liever carrièristen beloont terwijl het activisten als vuiligheid negeert. De vernieuwing blijkt eerder vernauwing tot het oude te zijn. Oude wijn in oude zakken, leeftijd blijkt in deze geen voorhoede-criterium .Jonge gasten kunnen ook oude zakken zijn, zo blijkt.Het is de mentale leeftijd die telt, niet het snotneuzengehalte.

Een voorhoedebeweging was de partij nooit. Wel altijd bezig met partijpolitieke berekeningen in functie van mandatenverwerving, dat is waar alle politieke partijen mee bezig zijn. Geld en macht voor de bobo’s , politieke FIFA. En in het geval van het VB en Dedecker moeten we vandaag zelfs verder gaan en spreken van een lamme die de blinde aan een mandaat moet helpen. Voorhoedebeweging, waar haalt die Van Grieken het toch. En intussen, intussen worden er mensen vervolgd en gebroodroofd, maar zo lang de bobo's een mandaat hebben kan het hen geen kloten schelen.Hun solidarisme begint en eindigd bij de slogan: eigen schuld, dikke bult.

Klassieke politieke partijen , wie heeft daar nog nood aan, wij zullen het als burger zelf moeten doen. We hebben nieuwe burgerbewegingen nodig , burgerbewegingen die geen satellieten van partijen zijn, maar entiteiten die zich autonoom organiseren. Waar men een platform voor discussie en actie creëert. De tijd van klassieke partijvorming is voorbij. Als links in Zuid-Europa dat kan, waarom zouden wij dat hier niet kunnen?

 

 

 

Le blogueur ultranationaliste breton Boris Le Lay, déjà condamné pour racisme, s’est vu infliger pour la première fois une peine de prison ferme, a-t-on appris vendredi 29 mai de source judiciaire. Reconnu coupable de provocation à la discrimination raciale, le militant de 33 ans devra être incarcéré six mois, a indiqué Sébastien Picart, avocat de la partie civile.

Le blogueur, qui serait installé au Japon et fait l’objet d’un mandat d’amener, n’était pas présent à l’audience. Il était poursuivi pour avoir attaqué en raison de la couleur de sa peau un musicien d’un orchestre traditionnel breton dans une vidéo de vingt-cinq minutes mise en ligne sur son blog en juin 2013. Dans cette séquence, il réagissait à une autre condamnation, prononcée la veille, pour des propos diffusés par écrit sur son blog à l’encontre du même musicien noir, Yannick Martin. Le blogueur avait alors été condamné à dix-huit mois de prison avec sursis.

Dommages et intérêts

Boris Le Lay a également été condamné à verser 8 000 euros de dommages et intérêts à Yannick Martin, ainsi que 800 euros de remboursement des frais de procédure, a précisé Me Picart. Le tribunal a été indisposé par l’absence de M. Le Lay et par les propos qu’il tenait dans la vidéo à l’encontre des magistrats de Quimper à la suite de cette précédente condamnation, a indiqué l’avocat.

Le blogueur, dont le site Internet est hébergé à l’étranger, a été condamné à plusieurs autres reprises par la justice française, la dernière fois en octobre 2014 par le tribunal correctionnel de Paris pour des propos antisémites.


 

 

Voor zij die graag in het sprookje van een aan het Westen aangepaste islam geloven, islam die zich confirmeert aan onze cultuur van gelijkheid tussen man en vrouw. Voor de linkse slonzen ,die anti-islam activisten graag voor seksisten –die de gelijkheid van man en vrouw ongedaan zouden willen maken-uitkrijsen. Voor de neuzelaars, die op hun linkse blogs zelfs zo ver gaan om vrouwenbesnijdenis als een ‘cultureel’ maar niet islamitisch gebruik te omschrijven. Voor de aanhangers van de linkse islam, die ons willen wijsmaken dat het promoten van hoger onderwijs  voor vreemdelingen ervoor zal zorgen dat die hun ‘anders- culturele’ gedragingen op een progressieve manier zullen invullen. Voor hen allen even dit.

“Ik was geobsedeerd door Tina, en telkens ik naar het Midden-Oosten reisde, hoopte ik haar terug te zien. Dat is me uiteindelijk gelukt. En we zijn zelfs getrouwd, nadat haar vader haar als een kameel op de kamelenmarkt aan mij had verkocht. Ik moest 3000 euro betalen” (…)

Montasser AIDe’emeh in Knack

Ja jongens , progressief én aangepast (aan onze westerse cultuur )dat die islam-intellectuelen zijn, echt modern en vooruitstrevend die gasten. En de linkse wijven van Hart boven Hard (en andere linkse atheïstische clubjes) maar met hun kont draaien voor die vreemdelingen ,en voor deze hun recht om in ons land de oriëntaalse beestenverkoop-cultuur te mogen beleven. Ik denk oprecht, dat die spuuglelijke marginale linkse wijven, in het binnenste van hun hart -graag een opkoper van kamelen aan de deur zouden krijgen- zoals broeder Montasser er een is. Hun mannelijke en blanke collega’s zijn in hun ogen (terecht) toch maar een bende halfzachte laffe zeikers. Allen goed om te jammeren -als oude wijven -over de heilige multicultuur en over beestachtige neonazi’s, maar verder als man niks voorstellen. Wat zou je van dat soort mannen ook kunnen verwachten, ze verraden hun volk en hun familie aan iedereen die het land binnenkomt, kan je als man nog een grotere sukkel zijn?

Maar eerlijk, ik denk dat die manwijven vlugger van straat zullen geraken op de rommelmarkt, dit wanneer we de progressieve aankoop-formules( voor een echtgenote) van onze lieve moslimbroeders (zoals Montasser)(verplicht) zullen hebben moeten overnemen. Maar er is nog beter nieuws voor progressieve ouders, voor zij die nu een dochter van 14 hebben ,die zullen binnenkort hun Aisha (Aisha was het minderjarige kind dat als echtgenote voor Mohammed mocht dienen) moment kunnen beleven. In de toekomst kunnen ze hun jonge dochters aan een islambroeder verkopen, op de veemarkt. Daar kan GAIA niks op tegen hebben. Die meisjes zullen niet on-verdoofd worden geslachtofferd, vermits zij door hun ouders werden verdoofd met de multicul-drug. Dit allemaal met dank aan het liberaal establishment ,dat dit allemaal mogelijk maakt -weer een overwinning voor de vrije markt -en voor het uitbreiden van goedkope producten ,die vrouwen voor deze interculturele markt zijn. Met medewerking van de linkse verdwaasden en de progressieve anders-kapitalisten.

 

Monday, 23 March 2015 00:00

Si vis pacem, para bellum!

Written by

Vorige zondag vond in Brussel de betoging “Together in Peace” plaats. Het leek wel het Woodstock van de levensbeschouwingen daar. Een bont gezelschap van christenen, joden, moslims en vrijzinnigen kwam op straat voor een vreedzame samenleving, vrije meningsuiting, godsdienst- en gewetensvrijheid en respect voor alle levensbeschouwingen. Kortom, de hele liberale woordenbrij van elkaar tegensprekende “rechten” en “vrijheden”, overgoten met een multiculturele saus. Hoe de rechten en vrijheden van de enen kunnen botsen met die van anderen, heeft de aanslag op Charlie Hebdo in januari nog maar eens pijnlijk aangetoond. Ook toen ging hetzelfde soort liberaal verdwaasden nadien massaal de straat op met dezelfde holle frasen. “De pen is sterker dan het zwaard”, viel te horen. Misschien, maar niet sterker dan het geweer. Zoveel is duidelijk. En je kop in het zand steken als de kogels je om de oren fluiten, betekent nog niet dat dat je achterste ook beschermd is. Toch was net dat de boodschap van de “Together in Peace”-betoging: steek je kop maar in het zand en denk vooral niet te veel na. Wie te veel nadenkt, kan wel eens last krijgen van cognitieve dissonantie, het onaangename gevoel dat men ervaart als de werkelijkheid niet overeenkomt met de eigen overtuigingen.

De liberaal verdwaasden hebben niet vaak last van cognitieve dissonantie, omdat ze als geen ander de kunst beheersen van wat George Orwell doublethink noemt: twee tegengestelde overtuigingen voor waar aannemen. Daarvoor zijn ze doorgaans lang genoeg naar school gegaan. Een mooi voorbeeld van doublethink was ook de reactie van Blokbuster, een mantelorganisatie van de trotskistische LSP: “Voor vrije meningsuiting, tegen verdeeldheid”. Allemaal goed en wel, maar wat betekent dat concreet? Moet in de eerste plaats de meningsuiting vrij zijn of moet in de eerste plaats verdeeldheid voorkomen worden? Men kan nu eenmaal niet de kool en de geit sparen. De verdeeldheid is er nu eenmaal doordat minderheden van heinde en verre zich hier mogen innestelen; de meningsuiting van het gastvolk werd met muilkorfwetten aan banden gelegd om hen ter wille te zijn. De Fransen die wél ogen in hun kop hebben, reageerden niet met “Je suis Charlie”, maar met “Je suis Charlie Martel”. Of ze citeerden Bossuet om de dwaze Charlies van antwoord te dienen: Dieu se rit des hommes qui déplorent les effets dont ils chérissent les causes (“God spot met mensen die de gevolgen betreuren waarvan ze de oorzaken koesteren”).
 
Het gebeurt niet vaak dat de verschillende levensbeschouwelijke strekkingen hun eigen getto’s verlaten om gezamenlijk te betogen. Als echter het voortbestaan van hun groepsegoïsme dat vereist, kunnen ze wel eens voor het grotere goed van de liberale samenleving als geheel op straat komen. Dan volgt een publieke geloofsbelijdenis, een belijdenis van hun ware geloof: het liberalisme, dat ze worden geacht boven hun eigen overtuigingen te stellen (wie dat principieel weigert, is een “extremist”). Ze beseffen immers dat alleen het grotere goed van de liberale samenleving borg kan staan voor het egoïsme van allen, zowel individueel als collectief. Achter de oppervlakkige vredesboodschap van “Together in Peace“ of “Je suis Charlie” gaat in feite de “oorlog van allen tegen allen” schuil. Dat is de ware grondslag van de liberaal-egoïstische en relativistische samenleving. War is peace. Het feit dat de maatschappelijke “vrede” op verdraagzaamheid gebaseerd is, is daar ook op subtiele wijze een uitdrukking van. Elkaar verdragen is immers niet hetzelfde als elkaar liefhebben. En spijts het “syncretisme” dat sommige dwazen oprecht nastreven, is (liberale) verdraagzaamheid in wezen niets anders dan georganiseerde onverschilligheid. In liberale samenlevingen zijn godsdiensten en levensbeschouwingen immers verbannen uit het publieke leven en beperkt tot het private (in de Angelsaksische wereld minder aangezien de godsdienst daar zelf “liberaal“ – d.w.z. protestants – is opgevat). Historisch gezien is dat de “privatisering” die aan het liberalisme zelf ten grondslag ligt. De oorsprong ervan moet zelfs nog vóór de Verlichting worden gezocht, namelijk in de “Dertigjarige Oorlog” (1618-1648), de laatste grote godsdienstoorlog in Europa. De grondslag van het filosofische liberalisme is toen gelegd, omdat het protestantisme niet met militaire middelen kon worden uitgeroeid. De Dertigjarige Oorlog legde met de Verdragen van Westfalen (1648) echter ook de basis van het moderne volkenrecht en soevereiniteitsbegrip: de soevereiniteit van de staat (vorst) zou voortaan territoriaal bepaald zijn. De invoering van het territorialiteitsbegrip hield ook in dat de rechtsregel “cuius regio, eius religio” (“wiens streek, diens godsdienst”) definitief werd bekrachtigd, een regel die nog stamde uit de Vrede van Augsburg (1555). Conclusie: de godsdienstvrede in Europa kwam voort uit de territoriale scheiding van de godsdiensten enerzijds en de niet-inmenging in godsdienstige aangelegenheden anderzijds. De “ene en ware” godsdienst die Europa tot dan toe verenigd en gevormd had, werd zo gereduceerd tot een loutere staatsgodsdienst (in de katholieke staten).
 
“Cuius regio, eius religio” is een rechtsregel die vandaag zou neerkomen op een beleid van segregatie en remigratie enerzijds (op binnenlands vlak) en non-interventionisme anderzijds (op buitenlands vlak). Het politieke debat over een dergelijk beleid is vandaag echter verboden om de minderheden ter wille te zijn. Toch zal men door verboden en vrome wensen geen vrede en verstandhouding bereiken, maar juist afstevenen op nieuwe godsdienstoorlogen. Denk niet dat het onmogelijk is, want de opmars van Islamitische Staat, de rekrutering van Syrië-strijders en het terrorisme van een vijfde colonne in Europa bewijzen dat die oorlog al aan de gang is. Anne-Marie Slaughter, een ex-topadviseur van het Amerikaanse State Department, maakte zelf gewag van een herhaling van de Dertigjarige Oorlog in het Midden Oosten (cf. “Obama rijdt heus geen hobbelrit”, De Morgen, 13 september 2013, p. 7):

“We moeten er alles aan doen opdat de achterliggende religieuze strijd (tussen soennieten en sjiieten) geen parallel wordt met de dertigjarige oorlog in Europa tussen katholieken en protestanten (1618 tot 1648), een conflict tussen kleinere prinsdommen en staatjes die ook geïnteresseerd waren in het hertekenen van grenzen.”

Het is misschien ook interessant om weten wie uiteindelijk versterkt uit de Dertigjarige Oorlog in Europa is gekomen. Wel, enerzijds natuurlijk de protestantse staten, die erkend werden. Anderzijds ook de joden, die buiten schot waren gebleven. Zij wisten zich bovendien als bankiers en leveranciers te verrijken en zich dientengevolge maatschappelijk op te werken (cf. Jonathan Israel, European Jewry in the Age of Mercantilism, 1550-1750, Clarendon Press, 1985). De Duitse bevolking daarentegen, die werd met een derde verminderd. Het is een van de redenen waarom zich pas veel later een burgerij in Duitsland zou ontwikkelen, en dan nog een van een heel andere type dan in de Angelsaksische wereld. Protestanten, joden en nadien vooral vrijmetselaars (een verzamelnaam voor onder meer atheïsten, deïsten en occultisten) groeiden na de Dertigjarige Oorlog uit tot de minderheden die het liberalisme (in de vorm van de Verlichtingsfilosofie) zouden gaan verspreiden vanuit de Angelsaksische wereld over Frankrijk tot in Duitsland en zelfs Rusland. De godsdienstoorlog ging dus in een andere vorm gewoon door en dankzij de materialistische aard van het protestantisme en het jodendom ging de Angelsaksische wereld met een ruime voorsprong het kapitalistische tijdperk in (cf. Max Weber, Werner Sombart).
 
Aanvankelijk bestond het levensbeschouwelijke status-quo in Europa uit de territorialisering van de godsdienst. Pas met de Franse Revolutie (een mislukte kopie van de Engelse “Glorieuze Revolutie” van 1688) begon geleidelijk aan de privatisering van de godsdienst, die onder meer zou uitlopen op de Franse wet op de Scheiding van Kerk en Staat (1905). De Angelsaksische wereld is gezien haar protestantse achtergrond langs een andere weg in dezelfde liberale impasse beland. De meeste godsdiensten hebben zich ondertussen min of meer met hun eigen “marginalisering” verzoend, waardoor ze steunpilaren (objectieve bondgenoten) van het liberale status-quo zijn geworden. Ze interesseren zich alleen voor het land, de gemeenschap of het algemene belang in de mate dat die hun eigenbelang en eigen geloofsgemeenschap weerspiegelen. Dat geldt niet alleen voor “ingeburgerde” moslims, die enerzijds lippendienst bewijzen aan de liberale grondrechten en anderzijds met steun van de binnenlandse overheid én van buitenlandse overheden de islamisering aanmoedigen. Het geldt evenzeer voor de katholieke Kerk die zich allang niet meer met een blank Europa vereenzelvigt en door de ontkerkelijking in Europa steeds meer een Kerk van Afrika en Latijns-Amerika dreigt te worden, continenten waar de liberale verdwazing helemaal niet zo ver gevorderd is als in Europa. Het extreem heterogene (c.q. multiculturele) karakter van liberale samenlevingen zal het groepsegoïsme van religieuze en andere sociale organisaties alleen maar doen toenemen. Dat is niets anders dan wat men bijvoorbeeld in Iraakse of Syrische context als “sektarisme” bestempeld. Of in Libië als “tribalisme”. Drie landen overigens waar de natiestaat met medeplichtigheid van het Westen werd verwoest in naam van de “vrijheid” en de “democratie” (liberale fraseologie).
 
Egoïsme (individueel en collectief) is in de geglobaliseerde wereld van vandaag de veralgemeende en aanvaarde manier waarop het maatschappelijke verkeer en de menselijke omgang worden geregeld. Het liberalisme is de regie ervan. Paradoxaal genoeg hebben mensen die zich op grond van hun afkomst zouden kunnen (en moeten) vereenzelvigen met de meerderheid van weleer met het liberalisme een “overlevingsstrategie” van minderheden overgenomen, waarmee ze elkaar de loef proberen af te steken ten koste van elkaar. Het is begrijpelijk vanuit het standpunt van een minderheid als ze door middel van “pluralisme” hoopt een homogene en hiërarchisch geleide meerderheid te ondermijnen om zo meer rechten voor zichzelf af te dwingen. Het is echter volstrekt onbegrijpelijk en abnormaal dat leden van de meerderheid waarden verinnerlijkt hebben die tegen henzelf en hun eigen voortbestaan als meerderheid indruisen. Een dergelijke ontaarding is ongezien in de geschiedenis – temeer omdat ze niet het gevolg is van een militaire verovering – en kan nog het best als “mentale AIDS” worden omschreven. De echte reden waarom het conglomeraat van christenen, joden, moslims en vrijzinnigen vandaag samenspant, is een afkeer voor blanke volkeren (die geen macht en meerderheid meer worden gegund), een vrees voor een terugkeer naar de relatieve homogeniteit en bovenal voor de vestiging een sterke staat die de gemeenschapszin en het algemene belang herstelt. Een staat die geen egoïsten of parasieten in haar schoot duldt (en nog minder aan zijn hoofd).

Het kan op het eerste zicht vergezocht lijken om terug te grijpen naar verdragen uit de 16de en 17de eeuw alsook de wereldorde van toen. Een van de hoofdkenmerken van de hedendaagse consumptiemaatschappij is dan ook om het “hier en nu” buitensporig te benadrukken (vandaar bijvoorbeeld ook consumptie op krediet). De consumentistische levenswijze van het hedendaagse liberalisme staat niet “neutraal” of “agnostisch” (cf. de kennisleer van Kant), zoals dat heet, tegenover datgene wat het individuele bestaan overstijgt. Neen, in wezen staat ze afkerig tegenover elke vorm van transcendentie, ja zelfs elke vorm van historiciteit. De individuele mens is in het licht van de eeuwigheid of de geschiedenis niet veel meer dan een eendagsvlieg geworden. Om onze historische vergelijking echter wat kracht bij te zetten kunnen we verwijzen naar de conservatieve rechtsgeleerde Carl Schmitt (1888-1985). Die laatste heeft uitvoerig de ontwikkeling bestudeerd van het volkenrecht – of beter gezegd: Jus Publicum Europaeum (Europees publiekrecht) – dat aanving met de Verdragen van Westfalen en via de Amerikaanse Monroe-doctrine (1823) en de Verdragen van Parijs (1919-1920) uitmondde in de huidige wereldorde van de “grote ruimten” (cf. Großräume). Kenmerkend voor die wereldorde – waarin de VS, Rusland en China de belangrijkste statelijke spelers zijn – is dat de “grote ruimte” waarop het Amerikaanse imperialisme aanspraak maakt quasi onbeperkt – onbegrensd – is (dat geldt niet of minder voor de Russische en de Chinese). Een moralistisch en universalistisch liberalisme heeft onder president Wilson (1856-1924) zijn intrede in het Amerikaanse buitenlandbeleid gemaakt en dient voortaan als rechtvaardiging voor het Amerikaanse imperialisme binnen en buiten de Amerikaanse invloedssfeer (waartoe men naast Midden- en Zuid-Amerika ook West- en Midden-Europa moet rekenen). Met de formele erkenning van de Amerikaanse “grote ruimte” (cf. artikel 21 van de Volkenbond) werd ook het territorialiteits- en soevereiniteitsbegrip van het Jus Publicum Europaeum definitief uitgehold:

“Er wordt aangenomen, dat niets in dit Pact de geldigheid aantast van internationale overeenkomsten, zoals arbitrage, verdragen of afspraken betreffende bepaalde gebieden, gelijk de Monroeleer, welke ten doel hebben de handhaving van de vrede te verzekeren.”

Met het liberale internationalisme van Wilson verdween het klare onderscheid tussen territoriaal begrensde staten (dus ook het respect voor de grenzen en de nationale soevereiniteit) en uiteindelijk het klare onderscheid tussen oorlog en vrede. Vage en manipuleerbare begrippen als “mensenrechten” dienen ter rechtvaardiging van humanitaire “interventies”. Het woord “oorlog” lijkt zelfs verbannen uit het liberaal-internationalistische taalgebruik, net zoals het Ministerie van Oorlog in Orwells 1984 het “Ministerie van Vrede” heet. In feite leven we anno 2015 allang in Orwells Oceania, dat trouwens zelf een toespeling is op de (Anglo-)Amerikaanse “grote ruimte”. Schmitt stelt dan ook dat het volkenrecht geen Europees publiekrecht meer is, maar wel een Angelsaksisch publiekrecht.

De repercussies van het liberale internationalisme (of liberalisme tout court) op binnenlands vlak zijn gelijkaardig aan die op buitenlands vlak. Ook hier is immers het klare onderscheid tussen oorlog en vrede verdwenen. De oorlog is volgens Schmitt endemisch geworden. Op economisch vlak is hij vervangen door eeuwige concurrentie, op ethisch (levensbeschouwelijk) vlak door eeuwige discussie. Het klare onderscheid tussen oorlog en vrede als in tijd en ruimte begrensde toestanden is weg, want egoïsme is zoals gezegd de grondslag van het maatschappelijke verkeer en de menselijke omgang geworden. Schmitt herinnert er ook aan dat politiek, spijts alle individualistische voorstellingen van de liberaal verdwaasden, draait om de collectieve begrippen vriend en vijand. Hij herinnert eraan, net zoals Clausewitz overigens, dat oorlog steeds de uiterste consequentie van dat vriend-vijandbegrip is. Het is het wezen van politiek zelf en dat zal altijd zo zijn, hoeveel “quota” men ook oplegge in de ijdele hoop dat te veranderen. Het vriend-vijandbegrip betekent dus dat elke maatschappelijke breuklijn ook een potentiële frontlijn is. Daarom: si vis pacem, para bellum. Wie vrede wil, moet op oorlog voorbereid zijn. Politiek is immers een ernstige zaak, te ernstig om aan de politici van vandaag over te laten.

Sunday, 22 March 2015 20:27

De pyrrhusoverwinning van SYRIZA

Written by

“Als we nog één veldslag winnen, gaan we (eraan) ten onder!” Dat antwoordde de Griekse koning Pyrrhus in 279 v. Chr. na een zoveelste moeizame overwinning op de Romeinen. Vandaag ziet het ernaar uit dat Alexis Tsipras, de nieuwe Griekse premier, goed op weg is een nieuwe betekenis te geven aan het begrip dat sindsdien bekend staat als “pyrrhusoverwinning”.

De verkiezingsoverwinning van Tsipras lijkt wel de kroniek van een aangekondigde dood. Herinnert u zich nog dat hij eind januari met veel bombarie de samenwerking met de gehate Trojka (Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds) opgezegde? Wel, amper een maand later, op 20 februari, had zijn minister van Financiën al een akkoord met diezelfde Trojka bereikt. Met andere woorden, de samenwerking is al hervat nog voor ze goed en wel was opgezegd. “We hebben een veldslag gewonnen, maar nog niet de oorlog”, zei Tsipras, van wie niet kan worden gezegd dat hij ook de eerlijkheid van Pyrrhus heeft. Als een verlenging van het bestaande(!) noodpakket al een gewonnen veldslag wordt genoemd, is het duidelijk dat Tsipras’ “oorlog” erin alleen in bestaat om Griekenland koste wat kost in de eurozone te houden.

Minister van Financiën Yanis Varoufakis noemde het akkoord dat hij had bereikt met de Trojka (in de hoedanigheid van de Eurogroep) “een kleine stap in de juiste richting”. Waaruit die (mars)richting dan wel bestaat? Toch niet de verkiezingsbeloften van het uiterst-linkse SYRIZA, waarvoor Tsipras en hijzelf verkozen zijn? De enige overwinning die ze op hun conto kunnen schrijven, bestaat erin dat de voorwaarden van het (bestaande) noodpakket versoepeld zijn en de Grieken een “alternatief” besparingsplan mogen opstellen. Daarmee vervallen onder meer de verplichting van de Trojka om de lonen en pensioenen te verlagen (maar dat betekent nog geen verhoging!) alsook die om de btw op voeding en geneesmiddelen te verhogen (maar dat betekent nog geen verlaging!). Met andere woorden: het was al slecht en het zal even slecht blijven. Er verandert gewoon niets. Het status-quo wordt verlengd. Griekenland blijft aan het kredietinfuus liggen en zal dat krediet met rente en sociale rampen dubbel en dik moeten terugbetalen.

Wel veranderd zijn de woorden “Trojka”, “memorandum” en “crediteurs”, die in de tekst van de Eurogroep werden geschrapt en vervangen door “instellingen”, “akkoord” en “partners”. Zo luidt het in de open brief van een ontgoochelde Manolis Glezos, Europees parlementslid voor Syriza en verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog (cf. “SYRIZA Begins to Crack: ‘Legendary’ SYRIZA MEP Apologises to the Greek People for Their Deception”, XA Ameriki, 23 februari 2015). De hele maskerade, een typisch staaltje van politiek-correcte taalmanipulatie, kan echter niet verhullen dat alvast een heleboel verkiezingsbeloften van Syriza niet ingelost zullen worden. Zo zal het minimumloon niet worden verhoogd tot 751 euro en evenmin de privatiseringsgolf van de vorige regering teruggedraaid. Zelfs nieuwe privatiseringen worden helemaal niet uitgesloten, hooguit zullen ze voortaan aan een uitvoerige beoordeling onderworpen worden. Dat was tot nog toe niet het geval in het door corruptie geplaagde Griekenland. Griekenland blijft dus een land onder Europese curatele, waar inspecteurs van de Trojka, excuseer, “instellingen” de besparingen zullen superviseren. Een land dat van zijn nationale soevereiniteit enkel nog de soevereine schuld overhoudt.

Het probleem met verkiezingen in Griekenland of elders is natuurlijk dat kiezers zich steeds weer blindstaren op beloftes van de burgerlijke partijen (die niet het volk als geheel, maar fracties van de burgerij vertegenwoordigen). Ze hebben meestal niet het flauwste benul van hoe die beloftes verwezenlijkt moeten worden. De verkiezingen zijn zelf ook een maskerade, omdat ze de illusie voeden dat de sociale hiërarchie zichzelf periodiek even opheft, kan worden geteld en opnieuw uitgevonden. Daar is natuurlijk niets van aan. SYRIZA is niet alleen op vlak van kiezersbedrog in hetzelfde bedje ziek als de andere partijen, maar ook dwaas als het oprecht geloofde dat verkiezingen genoeg zijn om een verandering van de machtsverhoudingen te bewerkstelligen. De sociale hiërarchie blijft immers wat ze is: een hiërarchie van geldgevers en geldnemers, schuldeisers en schuldenaars. Hét kiezersbedrog dat in de sterren geschreven stond, was natuurlijk de onmogelijke belofte van SYRIZA om Griekenland in de Eurozone te houden en tegelijk het door diezelfde Eurozone opgelegde besparingsbeleid af te wijzen. Gezien de trotskistische, internationalistische en eurocommunistische achtergronden van die partij hoeft dat niet te verbazen. Zo hielden Tsipras en ECB-voorzitter Mario Draghi in juni vorig jaar al topoverleg als “internationalisten” onder elkaar. Een andere ogenschijnlijke eigenaardigheid is dat Syriza banden zou hebben met het Institute for New Economic Thinking (INET) van George Soros, de superspeculant van joodse komaf die al langer protestbewegingen financiert in Oost- en nu dus ook Zuid-Europa (cf. “Wie sich George Soros als Euro-Retter inszeniert”, Wirtschaftswoche, 14 februari 2013).

Het moge duidelijk zijn dat SYRIZA zonder stappenplan aan zijn “revolutie” begonnen is. De eerste stap die de partij zou moeten zetten is natuurlijk uit de Eurozone treden en naar de drachme terugkeren. Die laatste kan dan tegen een voordelige wisselkoers (of zelfs meervoudige wisselkoers) de uitvoer aanzwengelen om de handelsbalans te versterken. De eerste stap naar een sociale revolutie is dus een nationale revolutie door een herbevestiging van de staat in zijn hoedanigheid van uitvoerende macht. De publieke opinie in de EU-landen, zelfs in Griekenland, is de afgelopen jaren echter zodanig bang gemaakt voor de mogelijke gevolgen van een euro-exit dat ze blind is geworden voor de rampzalige werkelijkheid van de euro in Griekenland zelf. Natuurlijk is uit Eurozone treden alleen niet genoeg, maar het is wel de eerste stap. Wie het geldwezen – en dus ook de kapitaalvorming en het kapitaalverkeer – op een andere leest wil schoeien kan dat immers niet doen zonder een eigen betaalmiddel en een eigen, liefst genationaliseerde nationale bank.

“Als we nog één veldslag winnen, gaan we (eraan) ten onder!” Dat antwoordde de Griekse koning Pyrrhus in 279 v. Chr. na een zoveelste moeizame overwinning op de Romeinen. Vandaag ziet het ernaar uit dat Alexis Tsipras, de Griekse premier, goed op weg is een nieuwe betekenis te geven aan het begrip dat sindsdien bekend staat als “pyrrhusoverwinning”. 

De verkiezingsoverwinning van Tispras lijkt wel de kroniek van een aangekondigde dood. Herinnert u zich nog dat Griekenland eind januari de samenwerking met de gehate Trojka (Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds) had opgezegd? Wel, amper een maand later, op 20 februari, had de Griekse minister van Financiën al een akkoord met diezelfde Trojka bereikt. Met andere woorden, de samenwerking was hervat nog voor ze goed en wel was opgezegd. “We hebben een veldslag gewonnen, maar nog niet de oorlog”, zei Tsipras, van wie niet kan worden gezegd dat hij de eerlijkheid van Pyrrhus heeft. Als een verlenging van het bestaande(!) noodpakket immers een gewonnen veldslag wordt genoemd, is het duidelijk dat Tsipras’ “oorlog” erin bestaat om Griekenland koste wat kost in de eurozone te houden.

Minister van Financiën Yanis Varoufakis noemde het akkoord dat hij had bereikt met de Trojka (in de hoedanigheid van de Eurogroep) “een kleine stap in de juiste richting”. Waaruit die (mars)richting dan wel bestaat? Toch niet de verkiezingsbeloften van het uiterst-linkse Syriza, waarvoor Tsipras en Varoufakis verkozen zijn. De enige overwinning die ze op hun conto kunnen schrijven, bestaat erin dat de voorwaarden van het (bestaande) noodpakket versoepeld zijn en de Grieken een “alternatief” besparingsplan mogen opstellen. Daarmee vervallen onder meer de verplichting van de Trojka om de lonen en pensioenen te verlagen (maar dat betekent nog geen verhoging!) alsook die om de btw op voeding en geneesmiddelen te verhogen (maar dat betekent nog geen verlaging!). Met andere woorden: het was al slecht en het zal even slecht blijven. Er verandert gewoon niets. Het status-quo wordt verlengd. Griekenland blijft aan het kredietinfuus liggen en zal dat krediet met de nodige rente moeten terugbetalen.

Wel veranderd zijn de woorden “Trojka”, “memorandum” en “crediteurs”, die in de tekst van de Eurogroep werden vervangen door “instellingen”, “akkoord” en “partners”. Zo luidt het in de open brief van een ontgoochelde Manolis Glezos, Europees parlementslid voor Syriza en verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog. De hele maskerade, een typisch staaltje van politiek-correcte taalmanipulatie, kan echter niet verhullen dat alvast een heleboel verkiezingsbeloften van Syriza niet ingelost zullen worden. Zo zal het minimumloon niet worden verhoogd tot 751 euro en de privatiseringsgolf van de vorige regering niet teruggedraaid. Zelfs nieuwe privatiseringen worden helemaal niet uitgesloten, hooguit zullen ze voortaan uitvoerig beoordeeld worden. Dat was tot nog toe niet het geval in het door corruptie geplaagde Griekenland. Griekenland blijft een land onder Europese curatele, waar inspecteurs van de Trojka, excuseer, “instellingen” de besparingen blijven superviseren. Een land dat van zijn nationale soevereiniteit enkel nog de soevereine schuld overhoudt.

Het probleem met verkiezingen in Griekenland of elders is dat kiezers zich steeds weer blindstaren op beloftes van burgerlijke partijen (die niet het volk als geheel, maar enkel fracties van de burgerij vertegenwoordigen), zonder het flauwste benul te hebben van hoe ze verwezenlijkt zouden moeten worden. De verkiezingen zijn zelf ook een maskerade, omdat ze de illusie voeden dat een sociale hiërarchie zichzelf even opheft, vervolgens kan worden geteld en tot slot opnieuw uitgevonden, wat natuurlijk niet het geval is. Syriza is niet alleen op vlak van verkiezingsbeloftes en kiezersbedrog in hetzelfde bedje ziek als de rest, maar ook dwaas als het oprecht geloofde dat verkiezingen genoeg zijn om een verandering van de sociale hiërarchie te bewerkstelligen. Een hiërarchie die er een is van geldgevers en geldnemers, schuldeisers en schuldenaars (Peter Sloterdijk). Hét kiezersbedrog dat in de sterren geschreven stond, was natuurlijk de onmogelijke belofte van Syriza om Griekenland in de Eurozone te houden en tegelijk het door diezelfde Eurozone opgelegde besparingsbeleid af te wijzen. Gezien de trotskistische, internationalistische en eurocommunistische achtergronden van die partij hoeft dat natuurlijk niet te verbazen. Tsipras had onder meer in juni vorig jaar al topoverleg met ECB-voorzitter Mario Draghi.

Een andere (ogenschijnlijke) eigenaardigheid is dat Syriza banden heeft met het Institute for New Economic Thinking (INET) van George Soros, de superspeculant van joodse komaf die al langer links-liberale protestbewegingen financiert in Oost- en nu dus ook Zuid-Europa. Naast Syriza zou INET ook banden hebben met het Spaanse Podemos. Van Podemos hoeft dat overigens minder te verbazen omdat het voortgekomen is uit de Indignados, een protestbeweging zonder ideologie of discipline, en dus een vogel voor de kat is.

Het is duidelijk dat Syriza zonder stappenplan aan zijn “revolutie” begonnen is. De eerste stap die het moet zetten is natuurlijk uit de Eurozone treden en naar de drachme terugkeren. Die laatste kan dan tegen een voordelige wisselkoers (of zelfs meervoudige wisselkoers) de uitvoer aanzwengelen en zo de handelsbalans versterken. De eerste stap naar een sociale revolutie is dus een nationale revolutie. De publieke opinie in de EU-landen is de afgelopen jaren zodanig bang gemaakt voor de mogelijke gevolgen van zo een uittreding dat ze zelfs stekeblind is voor de afschuwelijke werkelijkheid van de Eurozone zelf. Natuurlijk is uit Eurozone treden alleen niet genoeg, maar het is wel de eerste stap. Wie het geldwezen (en dus ook de kapitaalvorming) op een andere leest wil schoeien kan dat immers niet doen zonder een eigen betaalmiddel en een eigen nationale bank.
Saturday, 14 March 2015 10:39

Verdedig het Belgische leger, verdomme! Featured

Written by

De jaarlijkse betoging van de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) stond dit jaar in het teken van defensie. Op zich een relevant thema, ware het niet dat NSV erin geslaagd is om dat zelf compleet irrelevant te maken. Met de slogan “Van Syrië tot Oekraïne: Stop de NAVO-oorlogsmachine!” lag de klemtoon aanvankelijk nog op anti-imperialisme. De huidige slogan “Voor een Europees leger” klinkt dan weer als een onverholen (en domme) oproep tot Europees imperialisme. De slogan is wereldvreemd en zelfs gevaarlijk dubbelzinnig. Op het probleem van een Europese defensie zal hier niet dieper worden ingegaan om de eenvoudige reden dat die sinds de mislukking van het plan Pleven al meer dan zestig jaar in het slop zit. Wel zal het – concreet – gaan over de noden van de Belgische defensie, waarvan de toekomst op het spel staat. Als er één Europees leger is dat voor nationalisten hier en nu écht zou moeten tellen, dan is dat wel het Belgische. Nochtans loopt NSV net daar in een wijde boog omheen: stoer genoeg om voor een Europees fantoomleger te mobiliseren, maar niet om (eerst) een standpunt over het Belgische leger in te nemen. Zelfs Vlaams-nationalisten lijken met hun “vlucht vooruit” te beseffen dat de splitsing van een klein leger nogal belachelijk is.

Ironisch genoeg heeft de NSV-slogan enkele dagen geleden toch enige politieke relevantie gekregen, zij het dan misschien niet op de manier die de nationalistische studenten gehoopt hadden. Niemand minder dan de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, heeft er zowaar een lans voor gebroken (cf. "Juncker breekt lans voor Europees leger", Nieuwsblad, 8 maart 2015)! Juncker hoopt zo een dam op te werpen tegen het Russische imperialisme in Oost-Europa. De illusies van NSV moeten echter al meteen de kop ingedrukt worden, want conform het Verdrag van Lissabon (2009) –  de grondwet van de Europese Unie –  zal een dergelijk Europees leger met handen en voeten gebonden zijn aan de NAVO (die zelf onder Amerikaans opperbevel staat). Het thema van de NSV-betoging kan dan dubbelzinnig zijn, artikel 42 van het Verdrag van Lissabon is dat niet. Het bepaalt dat ook een hypothetisch Europees leger (nog) steeds een NAVO-leger zal zijn:

“2. […] Het beleid van de Unie overeenkomstig deze afdeling laat het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet, eerbiedigt de uit het Noord-Atlantisch Verdrag voortvloeiende verplichtingen van bepaalde lidstaten waarvan de gemeenschappelijke defensie gestalte krijgt in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), en is verenigbaar met het in dat kader vastgestelde gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid.”

“7. […] De verbintenissen en de samenwerking op dit gebied blijven in overeenstemming met de in het kader van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie aangegane verbintenissen, die voor de lidstaten die er lid van zijn, de grondslag en het instrument van hun collectieve defensie blijft.”

Het probleem van een Europese defensie wordt ook niet opgelost door simpelweg artikel 42 te wijzigen en zo de banden tussen de EU en de NAVO door te knippen. Neen, dan begint het pas! Het echte probleem is dat een leger (net zoals een munt) tot de nationale soevereiniteit van een staat behoort, dat er geen Europese staat is en dat zoiets ook niet wenselijk is. Europees belang kan dus enkel als het belang van een statengemeenschap worden geformuleerd en zelfs dat is problematisch, omdat alle grote en middelgrote Europese landen er hun eigen (postkoloniale) invloedssferen op na houden. De enige uitzondering is Duitsland, dat geen noemenswaardige invloedssfeer buiten Europa heeft (zij het dat Europa zelf zijn invloedssfeer is). In principe is aan de geopolitieke voorwaarden die eerder al tot twee wereldoorlogen hebben geleid maar weinig veranderd, in die zin dat buiten-Europese rivaliteiten nog steeds kunnen leiden tot een binnen-Europese oorlog. De Europese geopolitieke roeping van Duitsland verklaart ook waarom Merkel zich nu inzake Oekraïne zo hard opstelt tegenover Rusland: zowel Duitsland als Rusland rekenen dat “grensland” tot hun invloedssfeer.

Kiezen voor de “vlucht vooruit” is ondoordacht en onverantwoord. Zelfs jeugdige Sturm und Drang kan daarvoor geen excuus zijn. Veel visionairs of avantgardistisch is er trouwens ook niet aan, kijk maar naar Juncker. Echt visionair of avantgardistisch zou een Nieuwe Marsrichting zoals die van het Verdinaso zijn, want op vlak van landsverdediging en staatsopbouw zit het Vlaams-nationalisme nog altijd in hetzelfde sukkelstraatje als weleer. Alleen was het Vlaams-nationalisme toen naïef in zijn pacifisme, dat gevoed werd door het verzet tegen het Frans-Belgisch Militair Akkoord (1920). Dat pacifisme ging zelfs zover dat in het “Federaal Statuut” (1931) van de Frontpartij, de eerste denkoefening over een federaal België, werd gepleit voor een volledige ontwapening van het land! De Verdragen van Locarno (1925) werden voldoende geacht om de Belgische grenzen en de verplichte neutraliteit te waarborgen. Uit de verdeeldheid die over het Federaal Statuut ontstond, kwam onder meer het Verdinaso voort, dat met zijn Nieuwe Marsrichting in 1934 afscheid zou nemen van het Vlaams-nationalisme. Die Nieuwe Marsrichting was visionair omdat ze niet alleen aan de basis lag van de latere Benelux, maar ook omdat ze vooruitliep op een belangrijke koerswijziging in het Belgische buitenlandbeleid: de opzegging van het Frans-Belgisch Militair Akkoord in 1936 en het begin van de Zelfstandigheidspolitiek (onder invloed van Leopold III). De belangrijkste les van het Verdinaso voor vandaag is dat de landen en volkeren van de Benelux gefedereerd moeten worden, dat dat dient te gebeuren door realistische middelen (economische en militaire samenwerking) met als doel een sterk blok te vormen tegenover Frankrijk en Duitsland.

Vandaag de dag compenseert het Vlaams-nationalisme zijn gebrek aan machtsdenken met machtsgeilheid, d.w.z. de illusie van macht. Door de partijpolitieke postjesverdeling is nu zowaar voor het eerst een Vlaams-nationalist minister van Landsverdediging geworden! Wat dat Vlaams-nationalistische curiosum daar verloren heeft? Niemand die het weet. De man zit daar als Limburger van dienst en om te besparen. Na de onbekende soldaat heeft België nu ook een onbekende minister van Landsverdediging: Steven Vandeput. Met een Vlaams-nationalist op de post van Defensie (in een federale regering met Vlaams-nationalisten) wordt de subversie van het land en zijn leger nu paradoxaal genoeg van bovenaf georganiseerd. Het gevolg is dat niet alleen het Belgische leger door zijn eigen regering wordt ondermijnd, hetzelfde geldt ook voor de sociale zekerheid en de overheidsbedrijven. In het beleid van de regering-Michel hebben liberale uitverkoop en Vlaams-nationale afbraak elkaar gevonden, ja zijn ze zelfs inwisselbaar geworden. Het geheel staat daarbij onder toezicht van een Europese curator. Het echte nationalisme dat dit land daarentegen nodig heeft, is er een dat een dam kan opwerpen tegen enerzijds die subversie “van bovenaf” en anderzijds een subversie “van onderaf”. De subversie “van bovenaf” slaat vanzelfsprekend op de vaandelvlucht van de politieke en economische elites van dit land, die van “onderaf” op de rampzalige demografische ontwikkeling die van de Belgen in snel tempo een minderheid in eigen land aan het maken is. Het Vlaams-nationalisme is in deze tijden een dwaasheid die het Vlaamse volk zich niet langer kan veroorloven.

Waar komt het subversieve regeringsbeleid voor het Belgische leger concreet – in cijfers – op neer? Het leger zal deze legislatuur maar liefst 1,5 miljard euro moeten besparen en jaarlijks ook nog eens 200 miljoen euro minder budget krijgen. Het defensiebudget zal in 2019 nog slechts 0,5% van het BBP bedragen, terwijl de NAVO 2% vooropstelt. Het personeelsbestand van het leger zal worden teruggebracht van 30 000 naar 22 000, wat het absolute minimum is om operationeel te blijven. Daarbovenop moet ook nog een vervanger voor de F-16 worden gevonden. Het is dus niet overdreven om te stellen dat het Belgische leger in zijn voortbestaan wordt bedreigd, met als gevolg dat België voor zijn eigen landsverdediging volledig afhankelijk dreigt te worden van vreemde mogendheden. Mutatis mutandis brengt het Vlaams-nationalisme ons land daarmee weer in dezelfde penibele situatie als het Frans-Belgisch Militair Akkoord (= vazallendom) of het Federaal Statuut van de Fronters (= ongewapende neutraliteit, dus uiteindelijk ook vazallendom). Zo een vazallendom zou onaanvaardbaar moeten zijn vanuit nationalistisch standpunt, ware het niet dat al wat vandaag doorgaat voor nationalistisch in Vlaanderen een dwaze en verloren zaak is.

Ondertussen leidt de dreiging van Islamitische Staat, die over een vijfde colonne in het hart van de Europese grootsteden beschikt, tot paniek en steekvlampolitiek bij het democratische zootje ongeregeld dat Europa regeert. Paracommando’s worden in zeven haasten opgetrommeld om synagogen en ambassades te bewaken. En als er in Parijs wordt geschoten, dan echoot het tot bij minister Turtelboom in Brussel: "Europa heeft eigen special forces nodig" (De Morgen, 12 januari 2015). Alleen: wat zal dat kosten, heertjes en dametjes van de Belgische politieke elite? Jullie, klaplopers, hebben immers gemakkelijk spreken: oproepen tot Europese commando’s, maar zelf niets bijdragen en teren op de bijdragen van anderen. Bij de grote antiterreuroperatie in Verviers moest België ook al een beroep doen op Frankrijk. Hoelang zal het duren vooraleer de “partners” daar genoeg van krijgen? De samenwerking met Nederland komt nu al onder druk te staan volgens Raymond Knops, defensie-expert van het CDA: “Ik durf te zeggen dat België met [zijn] besparingsbeleid echt wel de samenwerking met Nederland onder druk zet. En meer nog: [het] legt een bom onder de internationale samenwerking. Dit maakt van België allesbehalve een solidaire partner” (cf. “Nederland bezorgd over te zuinig Belgisch leger”, Het Laatste Nieuws, 12 februari 2015, p. 4).

Tot slot nog een realistische aanbeveling in het licht van een Europese defensie: zoek de vervanger van de F-16 in Europa en niet in de Verenigde Staten, zoals de C130 zal worden vervangen door een Airbus. Doe ook groepsaankopen in Benelux-verband om de kosten te drukken.

“Belangrijk ook: de keuze voor een vliegtuigmerk en partnerland is niet alleen financieel, ze is ook politiek. Als we de Amerikaanse F-35 kiezen en samenwerken met Nederland zullen onze economische relaties met beide landen verbeteren. Maar het is ook een keuze voor het soort buitenlandbeleid dat je wil. Als je kiest voor een Amerikaans toestel, ga je sneller meedoen aan Amerikaanse operaties. Hetzelfde geldt voor andere landen waar vliegtuigfabrieken staan, zijnde Frankrijk, Zweden en Groot-Brittannië” (cf. “Minder massa, meer soepelheid”, De Morgen, 21 februari 2015, p. 12).

Op de laatste NAVO-top in Wales beloofde premier Charles Michel dat België niet op defensie zou besparen. Dat was september 2014. Nog geen maand later was de regeringsformatie afgerond of de premier had al woord gebroken (cf. “NAVO-chef herinnert premier Michel aan belofte niet te snoeien in Defensie”, Knack, 9 januari 2015). Zo (vlug) gaat dat met dat soort regeerders. De vraag is hoelang het Belgische leger de vernederingen en de onbekwaamheid van de politici nog zal dulden. Zijn toekomst staat op het spel en dat is wat telt. De Europese defensie begint voor ons immers in België en niet in Euroland of Dromenland.

Page 10 of 35

N-SA

  • Over Ons
  • Meedoen
  • This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
  • +32(0)476/39.83.66
  • Inloggen

Info

Web 2.0

Hou het laatste nieuws bij!

RSSFacebookTwitter